Opname van nutriënten
Opname van nutriënten is het proces waarbij voedingsstoffen uit verteerd voedsel via het maag-darmkanaal in het bloed of de lymfe terechtkomen, zodat het lichaam ze kan gebruiken voor energie, opbouw, herstel en andere normale lichaamsfuncties. De meeste opname vindt plaats in de dunne darm. Het slijmvlies van de dunne darm bevat darmvlokken en microvilli, die het beschikbare oppervlak sterk vergroten en zo het transport van voedingsstoffen ondersteunen.
Koolhydraten worden tijdens de spijsvertering afgebroken tot eenvoudige suikers, zoals glucose, die via transporteiwitten door de darmwand worden opgenomen. Eiwitten worden afgebroken tot aminozuren en kleine peptiden, die eveneens via specifieke transportsystemen in de darmcellen terechtkomen. Vetten volgen een ander traject: galzouten helpen vetten te verdelen en vormen samen met vetafbraakproducten micellen. In de darmcellen worden vetzuren en monoglyceriden opnieuw verwerkt en meestal verpakt in chylomicronen, die vervolgens via het lymfestelsel worden vervoerd.
Ook vitaminen en mineralen hebben elk hun eigen opnameweg. Sommige stoffen worden passief opgenomen, terwijl andere afhankelijk zijn van actieve transportmechanismen of specifieke hulpstoffen. Vitamine B12 vereist bijvoorbeeld binding aan intrinsic factor voordat opname in het laatste deel van de dunne darm mogelijk is. Vetoplosbare vitaminen A, D, E en K worden opgenomen in samenhang met de vertering en opname van vetten.
De efficiëntie van de opname wordt beïnvloed door meerdere factoren, waaronder de chemische vorm van een voedingsstof, de samenstelling van een maaltijd, de gezondheid van het darmweefsel en interacties tussen voedingsstoffen. Zo kan vitamine C de opname van niet-heemijzer verhogen, terwijl bepaalde voedingsbestanddelen de opname van mineralen juist kunnen verminderen. Bij voedingssupplementen spelen daarom niet alleen de hoeveelheid van een ingrediënt een rol, maar ook de verbinding waarin het voorkomt en de omstandigheden waaronder het wordt ingenomen.
