Energiebeschikbaarheid
Energiebeschikbaarheid betekent de hoeveelheid energie die voor het lichaam overblijft om normaal te functioneren nadat de energie voor lichamelijke inspanning is afgetrokken. De term wordt vaak gebruikt in sportvoeding, geneeskunde en trainingsleer, omdat een te lage energiebeschikbaarheid invloed kan hebben op gezondheid, herstel en prestaties. Het begrip helpt om te beoordelen of iemand, en vooral een sporter, voldoende eet in verhouding tot de belasting van training en dagelijks leven.
Een goede energiebeschikbaarheid is belangrijk voor processen zoals hormoonproductie, botopbouw, immuunfunctie, stofwisseling en voortplanting. Wanneer de energiebeschikbaarheid langdurig te laag is, kan dat leiden tot klachten zoals vermoeidheid, verminderde concentratie, spierverlies, grotere kans op blessures en een tragere recuperatie. Bij vrouwen kan dit ook samenhangen met menstruatiestoornissen; bij mannen kunnen hormonale veranderingen optreden.
In de praktijk wordt energiebeschikbaarheid berekend als de energie-inname via voeding minus het energieverbruik tijdens training, vaak gerelateerd aan vetvrije massa. Het is dus niet hetzelfde als alleen calorie-inname of energiebalans. Iemand kan op papier genoeg calorieën eten, maar toch een lage energiebeschikbaarheid hebben door zware trainingsbelasting. Daarom is dit begrip relevant voor topsporters, recreatieve sporters en professionals die voeding en belasting op elkaar willen afstemmen.
